Overzicht van 2009

Hoe een avatar het online gedrag verandert

donderdag, december 24th, 2009

AvatarAfgelopen halfjaar heb ik blijkbaar in een grot gewoond. Het is me helemaal ontgaan dat James Cameron, regisseur van o.a. Titanic, bezig was met een mega filmproductie genaamd Avatar. Hoe het komt? Ik heb bij het woord ‘avatar’ nog steeds beelden in mijn hoofd van hoekige, stramme, lelijke personages uit de begintijd van Second Life. Vrij vaak hadden die digitale wezens seksuele bijbedoelingen en daar zat ik nou niet echt op te wachten. In de beloofde digitale wereld heb ik een levenloze avatar achtergelaten, zonder ook maar een keer om te kijken. Sinds die tijd heb ik het woord ‘avatar’ geblokt.

Toen mijn collega Ruud Kessels mij vroeg iets te schrijven over de overeenkomsten en de verschillen tussen de online persoonlijkheden en de werkelijke mensen achter deze personages, moest ik eerst over mijn vooroordelen over avatars heen stappen. Even googelen en wat bleek: avatars blijken niet alleen in Second Life voor te komen. Sterker nog: bij alle digitale ruimtes waar je jezelf in kunt plaatsen, blijk je je te kunnen verplaatsen in een avatar, een digitale versie van jezelf. Zelfs als je een spelletje op je Wii speelt. Ik ben uit de grot, ik heb weer oog en oor voor avatars.

Wat is een avatar en wat kun je ermee?

De definitie van ‘avatar’ is volgens de Hindoes ‘een het op aarde verschijnen, een vleeswording van een godheid’. In ons online tijdperk is de betekenis van het woord aangepast en staat het voor allerlei verschijningsvormen waarmee je jezelf online kunt presenteren. Dit varieert van een simpele foto of een plaatje in een chatbox of bij je LinkedInprofiel, tot 3D-figuren in videogames of op Second Life die je naar je eigen smaak kan vormgeven. Natuurlijk wel met de beperkingen van het systeem van de game of de site. Deze beperkingen zorgden er in het begin voor dat de avatar geen evenbeeld is van diegene die hij of zij representeert. Tegenwoordig is het steeds meer mogelijk om een avatar naar je evenbeeld in ‘real life’ te creëren. De grote vraag is: willen mensen dat wel? Willen mensen juist online niet helemaal iemand anders zijn dan de in werkelijkheid? En als je met avatars te maken hebt, hoe weet je dan dat deze figuren betrouwbaar zijn en werkelijk zijn wie ze zeggen te zijn?

avatar vs real

Het Proteus-effect

Met die vragen heeft blogger dr. John M Grohol Psyd zich ook beziggehouden in zijn post “The Proteus effect: How our avatar changes online behavior” oftewel ‘Het Proteus (=niet realistische)-effect: hoe een avatar het online gedrag verandert’. Volgens dr. Grohol kunnen deze vragen beantwoord worden door te kijken ‘hoe mensen zichzelf in beeld representeren in een online omgeving, gebaseerd op hun avatar keuze.’ Hij is in wetenschappelijke artikelen gedoken en vond enkele antwoorden.

Aantrekkelijkheid en lengte beïnvloedt gedrag

Uit de studie van Yee & Bailenson (2007) blijk dat de aantrekkelijkheid van een avatar invloed had op hoe intiem een deelnemer wilde zijn met een vreemde. Deelnemers die een aantrekkelijkere avatar hadden, stelden zich eerder open voor contact met vreemden. Vooral als het ging om een avatar van het andere geslacht. In een tweede studie kwam naar voren dat de lengte van de avatar invloed had op het zelfvertrouwen van deelnemers. Langere avatars waren bereid om eerder oneerlijke voorstellen te doen in onderhandelingen, terwijl kortere avatars eerder bereid waren om op die oneerlijke voorstellen in te gaan.

Onderzoek in een bestaande online community

In bovenstaande onderzoeken ging het om gedragsonderzoek in een laboratoriumsituatie. Twee jaar later gingen de onderzoekers (Yee et al, 2009) aan de slag met dezelfde onderzoeksvragen, maar nu in een bestaande online community. Ze kwamen erachter dat ook in deze omgeving de lengte en aantrekkelijkheid van de avatar online gedrag van de deelnemers voorspelde.

Konden in voorgaande onderzoeken de deelnemers zelf hun avatar uitzoeken, in een vierde onderzoek (Yee et al, 2009) kregen de deelnemers een avatar aangewezen. Wat bleek? Deelnemers die een langere avatar kregen toegewezen, waren agressiever in onderhandelingssituaties in vergelijking met de kortere avatars.

Uiterlijk en gedrag moeten overeenkomen

Dr. Grohol concludeert: “De manier waarop we onszelf als avatars presenteren in online communities heeft effect op het gedrag dat we daar vertonen.” Hij vervolgt zijn artikel en deponeert de stelling: De mate waarin je aanwezig bent in een sociale omgeving in interactie met anderen wordt verhoogd door of je uiterlijk overeenkomt met het verwachte gedrag. Als de uiterlijke verschijning niet overeenkomt met het gedrag, kan dit een negatieve invloed hebben op onze sociale aanwezigheid.

Op dit punt raak ik blogger dr. Grohol kwijt, want vervolgens schrijft hij dat uit onderzoeksgegevens inderdaad blijkt dat hoge aantrekkelijkheid en een lange avatar de beste resultaten opleveren voor sociale aanwezigheid. Dat een onaantrekkelijke en korte avatar gemiddeld scoort op sociale aanwezigheid en dat een aantrekkelijke en korte avatar laag scoort op sociale aanwezigheid. Volgens mij zijn aantrekkelijkheid en lengte allebei uiterlijke kenmerken en geen gedragskenmerken. Wel is aantrekkelijkheid een subjectief begrip en de interpretatie daarvan kan per persoon verschillen. Je zou uit het onderzoek kunnen concluderen dat de uiterlijke kenmerken van een avatar consistent moeten zijn. Bij een ‘lelijk’ hoofd hoort een ‘lelijke’ lengte. Vervolgens hoort bij die ‘lelijke’ persoon ook ‘lelijk’ gedrag.

Blogger dr. Grohol concludeert aan het eind van zijn artikel dat de keuze van je avatar wel degelijk invloed heeft op de manier waarop je je op het internet presenteert. Ik zou eraan willen toevoegen dat consistentie hierbij heel belangrijk is. Presenteer je jezelf uiterlijk als een aantrekkelijk persoon, dan moet dat ook uit je gedrag blijken. Nog belangrijker, je moet dit ook volhouden. Je kunt je dus wel voordoen als iemand anders, maar doe dit dan wel consistent. Komt uiterlijk niet overeen met gedrag, dan kom je onbetrouwbaar of onecht over. Je wordt niet serieus genomen of erger, je wordt genegeerd.

In de huid van een Na’vi

Terug naar waar ik begon: de film Avatar. In deze film kruipt hoofdpersoon Jake Sully in de huid van een avatar die uiterlijk sterk op een Na’vi lijkt. Na’vi zijn de oorspronkelijke blauwe bewoners van de planeet Pandora. Of de hoofdpersoon het ook lukt om zijn gedrag op die van de Na’vi te laten lijken, dat weet ik niet. Ik heb de film, die op dit moment in de bioscoop draait, nog niet gezien. De film wordt bejubeld om de digitale technieken die erin gebruikt worden. Dat is voor mij een reden om de film te willen zien. Maar de drie uur die de film duurt, daar zie ik wel tegenop. Vooral ook omdat ik bij de vorige film van regisseur James Cameron ‘Titanic’ ergens halverwege in slaap viel.

Reblog this post [with Zemanta]

Gevecht om afstandbediening verleden tijd?

maandag, november 16th, 2009

AfstandsbedieningJongerenonderzoek 2009: internet concurrent van andere media

Televisiekijken is heel populair bij kinderen en jongeren. Toch is er langzaam iets aan het veranderen. Er wordt minder intensief gekeken dan een aantal jaar geleden. Ook verandert de manier waarop er naar programma’s wordt gekeken. Is binnen gezinnen het gevecht op de afstandbediening straks verleden tijd? Het jongerenonderzoek 2009 van Qrius geeft in ieder geval aan dat internet een steeds belangrijke rol krijgt, ook als het gaat om het kijken van televisieprogramma’s.

In het onderzoek jongeren09 ‘We laten ons niet gek maken’ van Qrius zijn bijna 4,5 duizend kinderen geïnterviewd. Media en communicatie krijgen ruime aandacht in het onderzoek. In alle leeftijdscategorieën vind je het terug: de rol van internet wordt steeds groter in het leven van jongeren. Daarvan ondervinden de ‘traditionele’ media, zoals radio, televisie en de bladen concurrentie. De computer heeft meer en meer de rol van multimediacentrum. Niet alleen luisteren ze er muziek op, tegelijkertijd wordt er contact onderhouden met vrienden en vriendinnen. Ondertussen zoeken ze naar een leuk televisieprogramma. En –niet te vergeten- de computer wordt ook nog gebruikt om huiswerk op te maken. Het wordt lastiger om jongeren via media te bereiken. Door gebruik van de computer ontwijken ze informatie die ze niet direct interessant vinden.

mediagebruik_1519jarigen

Jongeren kijken anders televisie

Televisie is naast internet het meest populaire medium bij jongeren. Het onderzoek signaleert twee belangrijke ontwikkelingen bij het kijkgedrag van jongeren. Jongeren kijken minder intensief televisie en jongeren kijken naar minder zenders. Een belangrijke factor is de steeds prominentere rol die internet inneemt bij de verspreiding van professioneel gemaakte content, waaronder televisieprogramma’s en films. Met andere woorden: Jongeren kijken steeds meer ‘losse’ televisieprogramma’s op de computer, via sites als ‘uitzending gemist’ of via Youtube.

Redenen:

  1. Internet zorgt ervoor dat je programma’s kunt kijken wanneer je daar tijd en zin in hebt.
  2. Bovendien maakt internet ‘internationale’ series beschikbaar die nog niet op de Nederlandse zenders worden uitgezonden.
  3. Tot slot kun je door de digitale zenderinformatie effectiever TV kijken. (Hadden we ‘vroeger’ ook niet zoiets als een televisiegids?)

Jongeren van 15-19 jaar besteden 72% van de totale televisiekijktijd daadwerkelijk voor de televisie. De overige 28% van de tijd zitten ze achter de computer. De animo om losse afleveringen van TV-programma’s tegen betaling aan te schaffen is gering. Over (illegaal) downloaden van content wordt in dit onderzoek met geen woord gerept. Qrius vermoed dat jongeren, door de beschreven ontwikkelingen, minder naar TV-commercials zullen kijken.

Andere media zoals tijdschriften en radio

Niet alleen televisie maar ook radio en tijdschriften ondervinden concurrentie van internet. In 2007 bleek het al. Kinderen en jongeren geven er de voorkeur aan om hun eigen muziek te luisteren op de computer of op de MP3-speler. Via internet worden losse radioprogramma’s aangeboden, maar kinderen en jongeren gebruiken deze toepassing weinig. Printmedia, zoals tijdschriften en kranten, zijn bij jongeren minder populair. Ze zijn niet interactief, bevatten geen bewegend beeld en kunnen niet voortdurend worden geactualiseerd.

Toch heeft Qrius nog wel hoop voor de bladen: “Veel kinderen en jongeren hebben geen bezwaar tegen lezen of vinden het zelfs leuk…Voorwaarde is wel dat er rekening wordt gehouden met de manieren waarop zij tegenwoordig waarnemen en gebruik wordt gemaakt van veel beeld en gemakkelijk toegankelijke teksten.” Bovendien”De verschillende onderzoeken die wij doen, wijzen uit dat kinderen en jongeren behoefte heebben aan afwisseling in hun activiteiten. Het is een misverstand dat alles digitaal en interactief moet zijn”.

Ook uit dit onderzoek blijkt het: jongeren lezen steeds minder kranten. Nieuws betrekken zij van de televisie en van internet. Dat deze sites niet helemaal op jongeren hoeven te worden toegespitst, blijkt uit de populariteit van Nu.nl. Jongeren waarderen deze overzichtelijke en functionele site hoog. De filmpjes op de site worden juist niet bekeken omdat deze niet aantrekkelijk genoeg zijn en te veel tijd vergen.

Jongeren geen ontdekkingsreizigers op internet.

Het internet is oneindig groot en biedt talloze mogelijkheden. Toch zijn volgens het onderzoek maar weinig jongeren actief bezig om het internet te verkennen en hun digitale horizon te verruimen. “Ze hebben de neiging om onderdelen van internet te bezoeken waar ze al bekend mee zijn of iets positiefs over hebben gehoord.” Het onderzoeksrapport biedt in de bijlage daarom een interessante lijst met meest bezochte sites door jongeren. Willen we jongeren bereiken, dan is de kans groot dat we ze aantreffen op Hyves, MSN Messenger, Google en Youtube. Kinderen vind je ook op Spele, jongeren op Wikepedia, Nu.nl en Marktplaats.nl. Opvallend is dat jongeren en kinderen veelal dezelfde sites bezoeken als volwassenen.

Het rapport beschrijft ook dat relatief nieuwe toepassingen van internet, zoals widgets, apps en tutorials in heel beperkte mate gebruikt worden door kinderen en jongeren. De meesten hebben nog nooit van deze toepassingen gehoord.

Mobiel vooral voor bellen en sms-en

Niet alle digitale toepassingen zijn bij jongeren ingeburgerd. Het gebruik van de mobiele telefonie is nog steeds in opkomst, maar jongeren gebruiken vooral de traditionele functionaliteiten zoals bellen en sms’en. De zogenaamde smartphone laten jongeren nog even links liggen. De toestellen/abonnementen zijn te duur en de toestellen te kwetsbaar. Als dat gaat veranderen, dan verwachten de onderzoekers dat jongeren er wel heel snel gebruik van gaan maken.

Meer weten over jongeren anno 2009? Het volledige rapport jongeren09 ‘We laten ons niet gek maken’ van Qrius is te bestellen op http://www.hetjongerenonderzoek.nl/.

Bex*to school komt er weer aan!

woensdag, oktober 28th, 2009

Perfecte voedingsbodemNaamloos-2

Het begrip communicatiekracht staat centraal in de missie van Bex*communicatie. Vanuit die gedachte weten wij onze relaties steeds te inspireren en te voeden met nieuwe communicatiekennis en -inzichten. Dat doen wij onder meer via onze Bex*to school-bijeenkomsten, die wij twee keer per jaar houden voor zakelijke relaties. Ze vormen een perfecte voedingsbodem voor de verdere ontwikkeling van uw (persoonlijke) communicatiekracht. Wij reiken in compacte sessies onze expertise aan en wij bieden u de gelegenheid kennis en inzichten te delen met vakgenoten. In november is het weer zover. Van 16 tot en met 26 november vinden in Eindhoven en Amsterdam uiteenlopende bijeenkomsten plaats.

Bex*online strategie organiseert:

“Social Media In Klare Taal”

Twitter, Social Media, Linkedin, Hyves, weblogs… we worden overspoeld met nieuwe communicatiekanalen op het internet. Wat moet of kunt u daar mee als communicatieprofessional? Wat kan uw bedrijf ermee? Onze werkgevers verlangen een gedegen visie, onze klanten willen de dialoog aangaan. Is onze organisatie daar wel op ingericht? En zo ja, hoe doen we dat dan?

Tijd voor een goed gesprek

Wij gaan u bijpraten over Wat social media nu precies zijn, we delen de laatste stand van zaken, we laten zien hoe bedrijven deze middelen succesvol inzetten, hoe er geld verdiend kan worden, hoe het kan bijdragen aan de merkwaarde, hoe de toekomst eruit ziet en we laten u de impact zien die het heeft op u, uw organisatie of uw merk!

Wij gaan u uitdagen

Door met elkaar in debat te gaan over dit thema en door de opgedane kennis door te vertalen naar eigen kansen.

Voor wie is dit bedoeld?

Voor communicatieprofessionals die graag bijgespijkerd willen worden over dit thema. U bent geen doorgewinterde online communicatieprofessional, maar heeft wel affiniteit met het thema.

Leerdoelen

Een dag waar u als communicatieprofessional alles hoort over de relevante digitale ontwikkelingen. Met best practices en direct toepasbare ‘Tips & Tricks’ die uw dagelijks werk aangaan.

Klik hier voor het programma van workshops in Eindhoven

Klik hier voor het programma van workshops in Amsterdam

Klik hier voor het inschrijfformulier

Ouders grijpen Hyves aan voor Internetopvoeding

donderdag, oktober 15th, 2009

Media, waaronder Hyves nemen een grote rol in het leven van kinderen.

Hyves-logoUit het recent verschenen onderzoek ‘Krabbels & Respect plz?, Hyves en Kinderen’ van Qrius voor Stichting Mijn Kind Online en Digivaardig Digibewust blijkt dat maar liefst driekwart van alle kinderen tussen de 8 en 17 jaar een Hyvesprofiel heeft. Daarvan logt de helft één of meer keer week in en een derde zelfs dagelijks. Volgens Stichting Reklame Rakkers vormen media voor de jeugd inmiddels de omgeving of de werkelijkheid. In 2005 deed de stichting Reklame Rakkers een onderzoek waaruit bleek dat kinderen steeds jonger onder invloed van media komen, terwijl de rol van ouders alsmaar eerder afneemt. Tijden zijn veranderd. Anno 2009 blijkt dat ouders Hyves aangrijpen voor internetopvoeding.

De rol van de ouder

Zonder opvoeding of educatie is het moeilijk om informatie te interpreterenen te verwerken en te komen tot eigen meningen, keuzen en verantwoord zelfstandig mediagedrag. Dit geeft Reklame-Rakkers als reden voor ouders om invloed uit te oefenen op het mediagedrag van hun kinderen. Volgens het Hyves-onderzoek zijn de ouders van nu betrokken internetopvoeders en lijken ze Hyves aan te grijpen om aan internetopvoeding te doen. Ongeveer driekwart van de ondervraagde kinderen heeft hun vader en/of moeder als vriend in hun netwerk zitten. ‘Bijna alle acht-jarigen hebben hun ouders in hun vriendennetwerk. Bovendien hebben bijna alle kinderen tussen acht en tien jaar hun wachtwoord aan hun ouders gegeven, wat erop wijst dat zij Hyven onder begeleiding van hun ouders. De invloed van ouders is ook zichtbaar aan het feit dat de meerderheid van alle profielen van kinderen tot tien jaar zijn afgeschermd, dus onzichtbaar gemaakt voor onbekenden.’

image1

‘Daddy-on-the-dancefloor’ syndroom

Volgens het artikel bij het onderzoek doen ouders van pubers een stuk minder aan internetopvoeding. ‘De pubers in het onderzoek gaven veel minder vaak aan dat ze met hun ouders praten over hun ervaringen op Hyves. Van de 8-jarigen heeft de helft het er wekelijks over, maar van de 16- en 17-jarigen is dat nog maar 1 op de 10. Dat terwijl juist in de puberteit actief deelnemen aan sociale netwerken steeds intensiever wordt en dat brengt risico’s met zich mee.’ Volgens mij speelt hier een andere reden mee: pubers willen helemaal niet meer dat ouders zich bemoeien met hun sociale netwerk. Ze willen privacy en geven daarom niet hun wachtwoord aan hun ouders. Een mooi inzicht uit het rapport is dat jongeren het best vinden dat hun ouders in hun Hyves-vriendenkring zitten. Zolang ze maar geen genante krabbels sturen en zich zeker niet bemoeien met andere ‘Hyves’vrienden. Reindert Rustema, docent Nieuwe Media aan de UvA vergeleek het in EditieNL met het ‘daddy-on-the-dancefloor’ syndroom. ‘Het is voor jongeren verschrikkelijk als hun vader zichzelf ook nog even uitleeft op de dansvloer als hij hen komt ophalen bij het uitgaan.’

Wil je meer weten over het gebruik van Hyves door kinderen en de gevaren die hierin schuilen, lees dat het rapport Krabbels & Respect plz? ;-)

Online opvoeding

Stichting Mijn Kind Online en Digivaardig Digibewust willen verantwoord en veilig gebruik van digitale middelen stimuleren. Naar aanleiding van de bevindingen uit het onderzoek hebben ze twee online brochures uitgebracht om ouders te helpen met de online opvoeding:

De brochures geven inzicht in het Hyves-gebruik van kinderen en jongeren, geven de ouders een mini-cursus Hyves en wijzen op de gevaren (bijvoorbeeld malafide modellenscouts) van het gebruik van Hyves. Vooral de tips achterin de bochure zijn handig om samen met je kind door te nemen terwijl je achter Hyves zit. Of als aanleiding te nemen om eens te praten over Hyves met je puber.
De nuttigste tip en misschien ook wel de vanzelfsprekendste tip uit de brochure is: ‘Als je iets niet zou doen in real life, doe het dan ook niet in cyberspace’. De aanbeveling om nooit gegevens of foto’s te publiceren waardoor een toekomstige werknemer je kan afwijzen, vond ik voor kinderen van 8-12 jaar minder gepast.

De cijfers: Kinderen en Hyves-gebruik

Driekwart van alle kinderen tussen de 8 en 17 jaar heeft een Hyvesprofiel, blijkt uit Het onderzoek ‘Krabbels & Respect plz?, Hyves en Kinderen’. Volgens het CBS zitten er ruim 1,5 miljoen kinderen op de basisschool. Dan kun je berekenen dat er van de basisschool leerlingen vanaf acht jaar ongeveer 750.000 kinderen op Hyves zitten. Ongeveer één derde (= 250.000) van dat aantal logt dagelijks in en de helft (=375.000) één tot een paar keer per week. Ter vergelijking: naar het Jeugdjournaal keken gisteren 373.000 mensen en daarvan is een deel kind. De Donald Duck heeft een oplage van 318.124, het bereik bij 6 t/m 12 jaar is 399.000. Als je kinderen via media wilt bereiken, is ‘Hyves’ je aandacht waard.

image2

Impressie Bex*zomer academie deel 3 – 3

woensdag, september 9th, 2009

Thumbs-Weblog-posting“Hoe we aanwezig zijn op het internet, is een goede reflectie van ons echte leven” quote Peter Kerkhof, universitair hoofddocent Communicatiewetenschap aan de Vrije Universiteit, in de vorige blog. Vanuit de Bex*zomeracademie met als hoofdthema ‘Wat hebben mensen online met elkaar te maken?’ behandelden we toen de vraag of we online anders zijn dan offline.

Nee dus. Het echte leven blijkt dus niet zo gek anders dan ons online leven. In deze blog staan we stil bij de vraag of online social media dan ook kwaad kunnen. Net zoals het echte leven niet altijd positieve gevolgen heeft. En hoe je als organisatie met online negatieve berichtgeving om kunt gaan. Peter Kerkhof, universitair hoofddocent Communicatiewetenschap aan de Vrije Universiteit, en Ruud Kessels, teamleider Bex* online strategie, geven antwoord op deze vragen. En Peter heeft net een onderzoek afgerond naar het verband tussen veelvuldig internetgebruik en huwelijksgeluk…. Dat belooft interessant te worden!

Afbeelding 1

Wat voor vriendschappen hebben we online? Je hoort vaak dat die oppervlakkiger zijn dan in het echte leven. Immers, waarom hebben mensen 300 Hyvesvrienden? Zijn dat ‘echte vrienden’? Komen die allemaal wel eens thee drinken? En vertel je die geheimen? Nee, is dan toch vaak het antwoord. Peter is het daar echter niet helemaal mee eens. Natuurlijk zijn vriendschappen die alleen op Hyves bestaan niet zo diepgaand. Maar zodra online vriendschappen ook offline vrienden worden, zit het echter wél goed. Vriendschappen die online ontstaan zijn, kunnen net zo diepgaand worden als vriendschappen die offline ontstaan. Immers, in de kroeg zijn de eerste contactmomenten vaak ook nog erg oppervlakkig!

Het is natuurlijk wel zaak om aan vriendschappen en relaties te werken. Online én offline. en daar komt de hamvraag om de hoek: hoe zit het met het verband tussen veelvuldig internetgebruik en huwelijksgeluk? Peter vond een aantoonbaar verband. En wel van het internetgebruik naar het huwelijksgeluk. Oftewel; veelvuldig internetgebruik leidt tot lagere huwelijksgelukwaarderingen. Tja

Kunnen sociale netwerken op het web ook kwaad voor organisaties? Helaas is het antwoord ook hier ‘ja’. Er zijn talloze voorbeelden van negatieve gevolgen: antiHyves zoals de Veolia Zuigt Hyves met inmiddels 654 leden, negatieve consumenten reviews over bijvoorbeeld hotels en restaurants en het stiekem meepraten van makelaarskantoor I-Blue op het forum van Trosradar.nl om zelf beter over het voetlicht te komen…. Hoe schadelijk is dit? Volgens onderzoeken van Peter is aandacht, ongeacht positief of negatief, altijd enigszins positief uit te leggen. Immers zonder aandacht zit je niet in de ‘shortlist’ in iemands hoofd. En als je niet voorkomt in iemands keuzelijstje, wordt je dus ook niet gekozen!

Afbeelding 2

Wat doe je tegen negatieve berichten online?

Onthoud drie kernwoorden als je iets wilt doen tegen negatieve online berichten tegenover je organisatie:

  1. open
  2. eerlijk
  3. transparant

Dus nooit meepraten op een forum onder een fake ID! Dat heeft I-Blue wel aangetoond. Maar moet je überhaupt wel reageren? En hoe reageer je dan zo open en eerlijk mogelijk? Eigenlijk is het simpel: ga een conversatie aan met je online doelgroep. Praat met mensen zoals je dat in je privésfeer zou doen. Niet schreeuwerig, niet over de top, maar ook niet te verlegen. Het klinkt logisch, maar het vergt wel een andere benadering dan de meeste communicatieprofessionals gewend zijn. Het moet niet reclame-achtig, of vanuit marketinggedachten gebeuren. Maar gewoon, vanuit jezelf en jouw gezonde verstand.

Afbeelding 3

Peter voegde een aantal conclusies uit een tweetal onderzoeken toe. De onderzoeken gingen in op de manier van reageren op klachten. Hij onderzocht vier elementen die voor kunnen komen in de reacties:

  • Een reactie met een algemeen advies in de trant van “lees de handleiding er op na, dan kunt u zelf uw klacht verhelpen”.
  • Een persoonlijke reactie, ondertekend met een naam van een persoon en zijn functie.
  • Een reactie waarin gesproken wordt over het ontvangen van een vergoeding om de klacht goed te maken.
  • Geen reactie verzenden.

Drie belangrijke conclusies uit de beide onderzoeken:

  • Het maakt eigenlijk niet uit of je reageert. Als je reageert als organisatie geef je daarmee ook impliciet aan dat de klacht van belang is, dat de klager serieus genomen wordt. Door de reactie op zich kan de klager zijn klacht ernstiger gaan vinden.
  • Het maakt wel veel uit hoe je reageert (als je dus reageert).
  • Persoonlijke reageren is (veel) beter dan algemeen reageren.

Afbeelding 4

Ook vertelde Peter dat een organisatie door een goede reactie op een klacht te geven, een klager kan ombuigen in een ambassadeur. Zeker als dit meerdere malen voorkomt!

Goede voorbeelden

Gelukkig zijn er ook goede voorbeelden en positieve gevolgen van social media. Een goed voorbeeld dat Ruud aanhaalde is het hardwarebedrijf Dell. Een groep klagers en tegenstanders richten een ‘Hell’ website op. Dell reageerde hier niet alleen op met een goede conversatie-strategie, ook met een veranderde insteek van de customer service. Het voorbeeld leert dat negatieve gevolgen op het web niet alleen de afdeling communicatie aangaan, maar eigenlijk de gehele organisatie.

Afbeelding 5

Een tweede voorbeeld waarbij goed gebruik is gemaakt van social media is de campagne rondom de verkiezing van de Tilburgse shopping mall: de helemall wel, helemall niet campagne. Bex* bedacht hiervoor een concept waarin rumoercommunicatie én de meningen van de inwoners via social networking centraal stonden. Door volop aanwezig te zijn in het straatbeeld en de meningen van inwoners te bundelen, wilden we de discussie aanzwengelen, zodat deze nog meer gaat leven in de stad en de inwoners ook echt de gang naar het stembureau maken. We kozen voor neutrale kleuren, omdat wij de discussie op geen enkele manier wilden sturen. Centraal in deze aanpak was het online domein waarop we alle meningen van inwoners, pers en politiek bundelden. Daarnaast hebben we verschillende online-kanalen opgericht waar de discussie gevoerd kon worden, zoals een voor-hyves en een tegen-hyves. Maar ook de kanalen die wij niet ingericht hebben, zoals het forum van het Brabants Dagblad, zijn door ons gevolgd en geplaatst op het ene centrale domein: www.helemall.nl. Ook de url’s www.helemallwel.nl en www.helemallniet.nl leidden naar de webpagina waar de discussie, evenals wat algemene informatie over het referendum, in één oogopslag zichtbaar is.

Afbeelding 6

Ten slotte is de Hyvesviral van de campagne Veilig Internetten een goed voorbeeld van hoe social media ingezet kunnen worden om een viral te laten slagen. Mensen die de viral ontvingen via Hyves waren ingelogd, waardoor de viral gebruik kon maken van persoonlijke gegevens. Zo zie je als kijker je eigen naam en woonplaats op een flipover, foto’s van jouw vrienden op een prikbord en rolt jouw foto uit de printer! De boodschap is duidelijk: je bent bekender dan je denk en misschien wel wilt, ga dus verstandig om met je persoonsgegevens.

Ja, online social media kunnen dus kwaad. Maar gelukkig kunnen ze ook heel veel goed doen! Met die conclusie sluiten we deze reeks van drie blogs over de vraag ‘Wat hebben mensen online met elkaar te maken?’ af. We behandelden deze vraag tijdens de Bex*zomeracademie op 27 augustus en gingen daarbij in op twee hoofdvragen; ‘zijn we online anders dan offline?’ en de hoofdvraag van deze blog ‘kunnen online social media kwaad?’.

Afbeelding 7

Wie denkt Ruud wel niet die hij is?

donderdag, september 3rd, 2009

bnn-todayMet de zon in mijn gezicht rij ik tevreden terug van een zojuist gehouden presentatie over online netwerken. Muziekje aan, oortje in. Dan gaat de telefoon. ”Broertje!” hoor ik aan de andere kant. Dat kan er maar één zijn; collega adviseur mediarelaties Peter van Kessel. Gezien de grote overlap van onze achternamen begrijpt u de grap. “Wat doe je vanavond?”. ”Nou”, antwoord ik terwijl ik mijn kroegafspraak met Joris van Zoelen al zie verdampen, ”ik ga naar het café”. ”Nee hoor”, grapt Peter, ”jij zit vanavond bij Radio 1”.

De entree van het videocentrum, mijn oude stekkie

De entree van het videocentrum, mijn oude stekkie

In een impuls rij ik bijna de berm in. Zo’n verzoek overkomt mij niet dagelijks. Sterker nog, dit is de eerste keer. Dan steekt Peter van wal. Of ik contact op wil nemen met Bart Harleman van BNN Today en of ik hem te woord wil staan vanuit mijn expertrol naar aanleiding van zijn vraag waar het internet naartoe gaat.

De regieruimte

De regieruimte

Dan gaat het snel. Ik sjees naar een geschikte plek om te bellen en even later heb ik een aangenaam gesprek waarin ik leegloop over hoe ik de virtuele toekomst zie. Bart kan er chocola van maken gelukkig. En dan de hamvraag. Ben ik bereid om dit verhaal vanavond al in de studio te komen vertellen? ‘Ai’, denk ik terwijl ik mezelf ”ja hoor, leuk” hoor zeggen. ‘Ai’, omdat ik nog een licht jeugdtrauma heb overgehouden aan het geven van spreekbeurten en die ‘ja hoor’ omdat dit natuurlijk wel een unieke kans is.

Dus tikt de klok langzamer dan normaal tot ik om 20:30 uur toch maar besluit om maar in de auto te stappen en rustig naar het Media Park te gaan. Dat is overigens bekend terrein. Zeven jaren heb ik doorgebracht bij het Nederlands Omroep productieBedrijf (NOB),de facilitaire geprivatiseerde tak van de NOS. Uiteraard ben ik veel te vroeg. Dat geeft me de ruimte om ietwat innerlijke rust op te bouwen en natuurlijk foto’s te maken.

Jeroen en Daphne (ik mag Jeroen en Daphne zeggen)

Jeroen en Daphne (ik mag Jeroen en Daphne zeggen)

Om 21:40 uur mag ik aanschuiven en mag ik als ‘internet wachter’, mooi woord Bart, mijn visie schetsen over de toekomst. Ik ben op dat moment erg blij dat ik het gesprek met Moniek van de Wiel, onze mediatrainster van Bex*training en coaching, heb voorbereid en geoefend. Daarmee stap ik gemakkelijk over de valkuil om los te gaan op de materie en daardoor de focus te missen. De gezonde spanning in mijn onderbuik verdwijnt en ik rol het gesprek in. De 10 minuten die ik krijg zijn in 10 seconden voorbij. En in minder dan 5 minuten zit ik weer in de auto. Tevreden. Via SMS, voicemail en Twitter krijg ik complimenten. Het heeft geloond.

BNN Today is er tussen 20.00-22.00 uur op Radio 1. Presentatie: Daphne Bunskoek en Jeroen Stomphorst.

Veel luisterplezier:

  • Te beginnen het het geluidsfragment (duurt ongeveer 8 minuten): Ruud op BNN
  • Hierbij de link naar het volledige programma, waarbij ik om 01:34:35 aan de beurt ben.
  • Het geheel is ook te downloaden als iTunes podcast. Struin dan even door richting de 01:34:35.

Impressie Bex*zomer academie – deel 2 van 3

donderdag, september 3rd, 2009

Thumbs-Weblog-postingIn de vorige blog behandelden we de hoofdvraag van de laatste Bex*zomeracademie op 27 augustus; ‘wat hebben mensen online met elkaar te maken?’ 83% van Nederland is online, Hyves kent 9 miljoen leden en 4000 Nederlanders houden elkaar op de hoogte van hun bezighouden via Twitter. Interessante gegevens. Maar hoe kunnen we daar als communicatieprofessionals kansen uit halen? Hiervoor is het belangrijk te weten hoe we ons eigenlijk gedragen op het web. En of dat anders is dan in het echte leven. Peter Kerkhof universitair hoofddocent Communicatiewetenschap aan de Vrije Universiteit, en Ruud Kessels, teamleider Bex* online strategie, onderzochten deze vraag.

De bekende piramide van Maslow

De bekende piramide van Maslow

Een model dat veel gebruikt wordt om ons gedrag te analyseren is de piramide van Maslov. De theorie zegt dat ons gedrag voortkomt uit bepaalde behoeften die we vervuld willen zien. De piramide begint onderaan; we vervullen eerst onze basisbehoeften: eten, drinken, lucht. Anders gezegd; we handelen en gedragen ons zo dat onze eerste basisbehoeften vervuld worden. Als deze vervuld zijn, kunnen we langzaam omhoog de piramide in. De laatste stap in de piramide is de behoefte om ons te ontplooien: om je persoonlijkheid en je mentale groeimogelijkheden te ontwikkelen. De theorie zegt dat we eerst een onderliggende laag vervuld moeten zien, voordat we overgaan tot gedrag dat leidt tot de vervulling van een ‘hogere’ behoefte.

De Maslovpiramide is een theoretisch model uit 1943 maar anno 2009 nog steeds goed bruikbaar. Ook voor het verschaffen van inzicht in ons online gedrag. Het web geeft vele voorbeelden van hoe we onze behoeften ook online kunnen vervullen. Zo zijn bijvoorbeeld websites die recepten geven een voorbeeld van de voldoening van de eerste basis- en lichamelijke behoeften. De behoefte aan veiligheid en zekerheid wordt ingevuld door informatieve websites en fora over bijvoorbeeld de Mexicaanse griep. We kunnen zelfs ‘testen’ of we de ziekte onder de leden hebben! Datingwebsites zijn ontzettend populair en dat komt doordat ze onze behoefte aan sociaal contact vervullen. Ook applicaties als MSN en Hyves spelen in op onze behoefte aan sociaal contact. Een trap hoger, de behoefte aan waardering en erkenning, wordt door het web ook goed bediend. Ruud, niets menselijks is hem vreemd, heeft een mooi voorbeeld: hij schreef een artikel met als onderwerp ‘web 3.0: een hype of een visie?’. Het artikel werd gepubliceerd op Frankwatching.com. Dat deed Ruud al glunderen. De toevoeging ‘4450 keer gelezen’ maakt Ruud alleen nog maar gelukkiger. Ten slotte worden er specifieke Hyves en online communities gebouwd om ons van antwoorden te voorzien op spirituele en andere zelfontplooingsvraagstukken.

We zitten er middenin

We zitten er middenin

Kortom; het web is een aanjager van drijfveren uit alle lagen van de Maslov piramide, voornamelijk de ‘hogere’ behoeften worden door het web uitermate goed bediend. En in het voorzien van behoeften zijn we dus online niet anders dan offline. Het web kan dus gezien worden als een verlengstuk van het echte leven. Peter; “hoe we aanwezig zijn op het internet, is een goede reflectie van ons echte leven”. Het echte leven… met enthousiasme, passie, overgave en goede wil. Maar ook met verveling, irritaties, wanhoop en agressie…. Kunnen online social media eigenlijk ook kwaad? En hoe ga je daar als organisatie mee om?

Daarover meer in het laatste deel, dat binnenkort verschijnt…

Hoe ga je als organisatie op met de mondige consument?

Hoe ga je als organisatie op met de mondige consument?

Reblog this post [with Zemanta]

Impressie Bex*zomer academie – deel 1 van 3

dinsdag, september 1st, 2009

Waar ging het over?

Dagvoorzitter Jacqueline Grubben trapt af.

Dagvoorzitter Jacqueline Grubben trapt af.

Wat doet 83% van Nederland eigenlijk op het web? Wat hebben 9 miljoen Hyvers met elkaar gemeen? En wat te denken van de 4.000 (het aantal loopt zo snel op dat het bij het schrijven van deze blog waarschijnlijk al sterk gestegen is) Nederlandse Twitteraars die elkaar op de hoogte houden van hun bezigheden? Wat is daar interessant aan? En vooral; hoe kunnen wij daar als communicatieprofessionals kansen uit halen?

Deze vragen stonden tijdens de laatste Bex*zomeracademie op donderdag 27 augustus centraal. De middag ging van start met een grote groep ‘nieuwe’ mensen, vele visitekaartjes, twee inhoudelijk experts, een dagvoorzitter én twee lange rode koorden….

De twee inhoudelijk experts waren Peter Kerkhof en Ruud Kessels. Peter is universitair hoofddocent Communicatiewetenschap aan de Vrije Universiteit en ontrafelde het fenomeen van online sociale netwerken vanuit zijn sociaal psychologische invalshoek. Ruud is teamleider van Bex*online strategie en maakte vervolgens de vertaalslag naar de praktijk en nam ons mee door de mogelijkheden én onmogelijkheden van sociale netwerken op het wereldwijde web.

Links gastspreker dr. Peter Kerkhof, rechts online strateeg Ruud Kessels

Links gastspreker dr. Peter Kerkhof, rechts online strateeg Ruud Kessels

Rode koorden?

Om te beginnen gingen er twee lange rode koorden door de zaal; de koorden symboliseren de verbondenheid tussen mensen, offline, maar zeker ook online. Van de één rechtstreeks naar de ander, van de één via iemand anders naar weer een derde persoon, en ga zo maar door: het leggen van ‘onzichtbare’ lijntje tussen mensen.

Ruud en Peter trapten de middag af met het antwoord op twee hoofdvragen; zijn we online eigenlijk anders dan offline (dit wordt binnenkort in blog 2 uitvoerig behandeld)? Gedragen we ons op het web anders dan in het echte leven? En misschien nog wel interessanter: kunnen online social media kwaad (deze vraag komt terug in blog 3)? Wat voor gevolgen hebben social media op ons dagelijkse leven en wat zijn de gevolgen voor organisaties die zich mengen in social media?

Wat vinden we ervan?

In de tweede helft van de middag was het tijd om ons zelf een mening te vormen aan de hand van een aantal stellingen. De tafels werden aan de kant geschoven, één kant van de ruimte was voor de mensen die het ‘eens’ waren met de stelling, de andere kant voor de mensen die het ‘oneens’ waren met de stelling. De stellingen riepen hier en daar flinke discussies op.

Stelling 1: “Berichten of reacties plaatsen vanuit een organisatie doe je altijd anoniem”

Fragment uit het Lagerhuis debat.

Fragment uit het Lagerhuis debat.

Opvallend; de hele groep staat aan de ‘oneens’ kant. Als organisaties zich mengen in social media zijn drie dingen belangrijk: eerlijk, open en transparant. Iedereen volgt het advies goed op! .

Stelling 2: “Iedere organisatie dient een online protocol te hebben en deze actief te hanteren”

De groep is verdeeld. Niet iedere organisatie is actief op het web, een protocol is praktisch niet altijd haalbaar. “Maar het zou wel goed zijn voor elke organisatie. Je weet immers nooit wat er in de toekomst op je af komt.”

Stelling 3: “Werkgevers mogen werknemers ontslaan bij verkeerd gebruik”

De groep blijft in het midden staan. Het ligt eraan wat er onder ‘verkeerd gebruik’ verstaan wordt. Het is opvallend hoeveel mensen de consequenties niet overzien van hun online activiteiten. De sprekende voorbeelden van het filmpje op YouTube waarin te zien is dat twee Dominos Pizza medewerkers snot in de pizza’s smeren, of een filmpje waarin twee medewerkers met bedrijfsauto’s veel te hard rijden, leveren het bewijs. De groep is het erover eens dat het ook een taak is van de werkgever om een werknemer hierin op te voeden. Awareness creëren onder medewerkers over de gevaren van internetgebruik is de eerste stap. Wat kan wel en wat niet. Volgens de groep zou dit zou onderdeel moeten zijn van elk arbeidscontract.

Stelling 4: “Innovaties en new business ideeën komen in de toekomst alleen nog maar uit crowds, niet van de afdeling New Business Development”

De groep is verdeeld; het is een lastig onderwerp. Enerzijds gebeurt dit nu al en zal deze groep alleen maar groter worden. Anderzijds zijn er bedrijven die door traditionele processen van Intellectual Property en patenten niet zo makkelijk hun processen vernieuwen.

Stelling 5: “Webcare hoort bij de communicatiefadeling thuis”

Ook hier is de groep verdeeld. De discussie gaat al snel over het doel van webcare. Als het doel is om je brand te beschermen is dit inderdaad een taak van de afdeling communicatie. Als webcare ingezet wordt om meer producten te verkopen, is het een taak van de afdeling sales. Er wordt ook opgemerkt dat “juist het hele bedrijf met alle afdelingen betrokken moet worden bij webcare”. Ten slotte wordt aangehaald dat het voor een (traditionele) afdeling communicatie lastig is om webcare goed op te pakken: bijblijven bij de laatste webontwikkelingen is immers een dagtaak.

Wat kunnen we ermee?

Geheel in de web 2.0 stijl ging de groep tijdens het laatste onderdeel van de middag uitéén in kwartetten om al crowdsourcend business kansen te formuleren. De groepjes van vier hadden al snel een top 3 business kansen geformuleerd. Maar welke ideeën zijn nu écht kansrijk? Want dat is uiteindelijk het doel van de middag. Hoe kunnen we uit deze mogelijkheden kansen halen? Hiervoor werden de groepjes van vier samengevoegd tot octetten. Al pratende en discussierende, hielden de volgende drie ideeën stand:

  1. Een issuewatcher binnen een bedrijf aanwijzen. “Één fte? Nou of twee!” Een taak van de issuemanager kan zijn om klachten te gebruiken als monitor en proberen de klagers om te buigen tot ambassadeurs.
  2. Via het web wordt het mogelijk om producten gepersonaliseerd aan te bieden. Dit gebeurt door een aantal grote bedrijven al (Nike bijvoorbeeld), maar biedt nog voor veel organisaties kansen. Zo zou Whiskas haar kattenvoer bijvoorbeeld via internet per smaak kunnen aanbieden. Op die manier kunnen mensen zelf hun kattenmenu samenstellen in plaats van dat ze een hele zak of doos van dezelfde smaak moeten kopen. “Internet biedt kansen om gepersonaliseerd, in brokjes dus, producten aan te bieden”.
  3. Gemeenten kunnen het web inzetten voor herinrichtingsvraagstukken. Het spelen van een ‘online lego’ om zelf een wijk in te richten kan helpen bij de participatie van burgers.

Hoe gaan we verder?

Aandachtig luisterend publiek

Aandachtig luisterend publiek

Social media en online networks blijven aandacht vragen, vernieuwen erg snel en roepen dan ook telkens nieuwe vragen maar ook mogelijkheden en kansen op. Om hier optimaal op in te kunnen springen en er gebruik van te kunnen maken, sloten Peter en Ruud de middag af met een uitnodiging voor de LinkedIn groep ‘wat hebben mensen online met elkaar te maken?’. Want zoals Ruud de middag begon: “We kwamen als individuen binnen, en verlaten het pand als netwerk en dus moet de conversatie virtueel doorgaan”.

En niet alléén virtueel. Buiten scheen het zonnetje en onder het genot van een drankje en een hapje ontstonden de eerste connecties. De rode koorden werden werkelijkheid!

Wordt vervolgd

Dit was deel 1 uit een serie van 3 blogs over de Bex*zomer academie. Binnenkort meer.

Reblog this post [with Zemanta]

Presentatie UCK dd. 24 augustus

dinsdag, augustus 25th, 2009

Press-hoedBeste UCK’ers,

Bij deze de beloofde powerpoint ‘Online PR en reputatiemanagement’.

Linda en ik hebben met veel plezier onze kennis met jullie gedeeld. En jazeker, ook wij hebben weer bijgeleerd. Voor wie nog meer over het thema wil lezen en leren:

Wie nog aanvullende vragen heeft naar aanleiding van gisteren, ik beantwoord ze graag!

Gisteren tijdens de borrel bleek er toch ook behoefte te zijn aan het bijschaven van de praktijkkennis. Die kan ik jullie aanbieden in de vorm van de workshop ‘een Bex*peditie door het woud der online mogelijkheden’ die ik woensdag 9 september geef in Eindhoven. Wat gaan we doen?

Wat gaan we doen?

In een kleine groep maak je zelf een twitter account aan en ga je elkaar ‘tweets’ sturen. Daarna zijn Hyves, Facebook en Delicious (een soort online knipselkrant) aan de beurt. Hoe bedrijven deze middelen gebruiken en hoe je het zelf voor je bedrijf kan inzetten, komt uiteraard aan bod. Het wordt echt een interactieve Bex*peditie, dus eigen onderwerpen aandragen mag! Ik ga vervolgens in op de nodige theorie over wat Social media nu precies is? Hoe er geld mee verdiend kan worden? Hoe het kan bijdragen aan je merkwaarde? Hoe de toekomst eruit ziet? En wat de impact ervan is op u, uw organisatie of uw merk!

Voor sommigen van jullie zeker interessant!

Groet,

Ruud Kessels

http://www.linkedin.com/in/ruudkessels

Web 3.0, een hype of een visie

maandag, augustus 17th, 2009

Yes,-we're-openEr wordt veel geschreven over dat web 3.0. En uiteraard vaak met de nodige scepsis. Want veranderingen vinden we maar eng. Na de crisis gaan we toch gewoon weer over tot de orde van de dag… En ja, het is een typisch ‘buzz’woord, maar laten we even wat verder kijken dan dat. Om dat te verduidelijken verwijs ik graag naar de heer Darwin en zijn evolutietheorie. Met dat in je achterhoofd is de uitvinding van de CD-i van Philips een logische stap in de evolutie naar de DVD. En zo evolueert ook het Wereld Wijde Web. In dat licht bezien is Web 3.0 geen hype, maar een logische nieuwe stap. En een significante, want eindelijk wordt het internet ‘slim’. Logisch gevolg daarvan zal zijn dat we in het daaropvolgende web 4.0 tijdperk op een heel andere manier omgaan met het internet. Ook de manier waarop we daarmee geld verdienen. Maar eerst de tussenstap in de evolutie: het Web 3.0.

Even een en ander in perspectief plaatsen.

In het begin van dit jaar heb ik Maarten de Rijke van de Universiteit Van Amsterdam en Raymond Franz van TrendLight ontmoet via de door mij opgerichte LinkedIn groep “het web der entiteiten”. Beiden timmeren hard aan de ontwikkeling van het Web 3.0 in Nederland. Sinds die tijd hebben we geregeld contact en geven we graag presentaties over dit fenomeen. Als ambassadeur van het slimme internet zie ik het als mijn taak om er vanuit de communicatiekansen over te publiceren. Daarmee impliciet aangevend dat het geen toekomst meer is, maar heden. Dat bleek ook vanochtend weer toen Raymond en ik een presentatie gaven voor een Nederlandse uitgever. De daar besproken zaken vat ik hier graag even samen, maar eerst nog even dit:

Web 3.0? Wat is web 1.0?

Even terug naar de basis. Wat is Web 1 dan eigenlijk?

De term web 1.0 verwijst naar het web van:

  • Documenten
  • Hyperlinks
  • Online massacommunicatie
  • Verouderde businessmodellen

Het contentweb, waarbij het meeste van de content gratis is. Daarbij komt dat slechts 10% van de aanwezige content ook echt vindbaar is. Het leeuwendeel is weliswaar benaderbaar achter logins en/of programma’s zoals iTunes, maar niet vindbaar.

AltaVista, Napster, Amazon, eBay en Google zijn bekende namen uit die dagen.

Het ümfelt van Web 1.0 in het grotere geheel. Bron: http://www.pronamic.nl/

Het umfelt van Web 1.0 in het grotere geheel. Bron: http://www.pronamic.nl/

Okay, helder. En web 2.0 dan?

Kort en bondiger kan ik het niet formuleren: het sociale web. Het tijdperk van:

  • User generated content
  • Blogs
  • Burger journalistiek
  • Het zelf taggen van content
  • Het aanmaken van profielen
  • De tijd van delen, participeren en standaardiseren

Een échte kille app die helemaal web 2.0 is, is Wikipedia. Maar denk ook nog eens terug aan Second Life, jazeker, het draait nog steeds. Tot juli 2007 was het zelfs nog toegestaan voor Avatars om te gokken en te wedden in Second Life. Momenteel wordt er tevens stevig gediscussieerd over onder andere een verbod op pornografie en virtuele seks met minderjarigen. Ook zal binnenkort elke avatar die gebieden wil bezoeken waar inhoud voor meerderjarigen aanwezig is, een Real-World-legitimatieplicht krijgen (bron: Wikipedia). Andere voorbeelden zij Delicious, Digg, Facebook, Hyves, LinkedIn en Twitter.

web-2.0

Het umfelt van Web 2.0 in het grotere geheel. Bron: http://www.pronamic.nl/

De nabije toekomst

Als we wat verder in de toekomst kijken, wat staat ons dan zoal te wachten:

  • De mate van intelligentie van het internet en alles wat daarmee samenhangt gaan toenemen. Artificial intelligence komt nu echt heel erg dichtbij. Met het toenemen van die kunstmatige intelligentie zijn ‘online agents’ zeer goed in staat om experts te vinden voor elk mogelijk probleem of vraagstelling.
  • Onze identiteit ligt volledig open, waarbij elk individu wel in controle blijft over de mate waarop dat gebeurt.
  • Sociale netwerken zullen meer naar elkaar toegroeien en uiteindelijk samenvloeien tot iets nieuws.
  • Hyper locale content, relevant voor slechts een of enkele individu’s. Goede voorbeelden hiervan zijn de iPhone app AroundMe en de website EveryBlock. Van massa naar niche dus.
  • Het web is volledig open source met open content die voor iedereen bruikbaar is om nieuwe elementen te ontwikkelen. Minder regulatie dus én minder copyright.
  • Die openheid maakt het heel gemakkelijk voor individuen om zelf aan de slag te gaan met die content: persoonlijk ondernemerschap. Zie maken volledig nieuwe toepassingen of voegen toe aan bestaande: meer samenwerking in plaats van competitie.

De toekomst van het internet.

De toekomst van het internet.

Wat is dan een goede definitie van Web 3.0?

Ik citeer de woorden van Raymond: ‘van een ongestructureerde content pool naar een gestructureerde en met elkaar verbonden informatiecloud, volledig met elkaar verbonden door semantische classificatie en samenwerking.’

Hoe kunnen we daar geld aan verdienen? What’s in it for me?

De openheid ‘dwingt’ ons tot nieuwe verdienmodellen. Een in mijn optiek wenselijke ontwikkeling, aangezien de crowd niet wil betalen voor content. De businesscase moet worden omgedraaid. Het opengooien van de deuren is de trigger voor vele ontwikkelaars om met innovaties te komen die de contentbeheerders nooit kunnen bedenken. Zodra er dan geld mee verdiend wordt, moet er een geldstroom op gang komen die weer richting contentbeheerder terugstroomt.

Om die deuren volledig open te kunnen zetten, moet de intrinsieke waarde van die informatie boven tafel komen:

  • Personen en plaatsen
  • Data en hoeveelheden
  • Onderwerpen
  • Sentimenten en meningen
  • Tone of voice

Gerelateerd aan andere gestructureerde data van:

  • Google
  • Flickr
  • LinkedIn
  • Wikipedia
  • Open Congres
  • New York Times
  • Et cetera

En natuurlijk:

  • Open source software
  • Open source content
  • Open source databases
  • Open platforms
  • Open ontologieën en taxonomieën

Om dat doorlinken goed te kunnen doen kunnen we niet zonder techniek en standaarden als rfd, owl, parel, foaf en zo verder. Gelukkig is er een organisatie als w3c.org die daar voor gezorgd heeft. Dat laten we mooi voor wat het is.

Dat is nogal wat hè!

Het open gooien van de deuren is een enorme barrière op dit moment. Toch denk ik dat het hier naartoe zou moeten gezien de hoeveelheid gefragmenteerde content. Bovendien zijn ook de online advertentie-inkomsten eindig , in print zelfs al flink dalend. De economische crisis versnelt dit proces. Betaalde content is een utopie. Je kunt het web en haar gebruikers niet reguleren, noch alles achter copyrights hangen.

En dan is er natuurlijk nog de overheid Ook zij ‘moeten’ transparanter’ gaan opereren. Ook zij moeten hun service level opkrikken. Daarbij komt dat de Web 3.0 revolutie kostenbesparend werkt en ondernemerschap, zeker onder jongeren, aanwakkert. Door aan te sluiten op de reeds bestaande Web 3.0 omgeving kan Nederland een koploperpositie claimen in Europa op dit gebied.

Vooralsnog moeten we nog veel leren van anderen. Kijk daarom ook eens naar wat Reuters, New York Times, The Guardian en de Washington Post doen op dit gebied en plot dat over je eigen internetvisie. Welke kant wil jij er dan mee op? Waar liggen voor jou de kansen?

Linkeconomie
Er zijn al business modellen aanwezig op het web. Goede voorbeelden waarbij de opengestelde content leidt tot nieuwe inkomsten. En dat hoeft dus niet ‘gratis’, want dat is natuurlijk niet het toekomstige doel. Het doel van de toekomst is ‘linken’. Door zoveel mogelijk verwijzingen naar de eigen artikelen te creëren, ontstaat traffic. Traffic leidt tot advertentiemogelijkheden en dát is business.

Maar daarvoor moet die content natuurlijk wel vindbaar zijn. En laten we wel wezen, relevante content komt toch wel naar je toe. Voorbeeld: een scoop die ik ‘s ochtends lees in mijn papieren krant en die wordt verstopt achter de internet tariefmuur, vind mij binnen no-time via een andere RSS feed. Zonder verwijzing naar het oorspronkelijke artikel, want dat is door diezelfde tariefmuur onmogelijk gemaakt.

Dus: het nieuws vind me hoe dan ook. Exclusiviteit op internet bestaat niet. Waarom zou je dus betalen voor iets wat je elders voor niets krijgt? Bovendien wil je als journalist zijnde een scoop toch met zoveel mogelijk mensen delen, commentaren verzamelen opleveren en aanvullende informatie aandragen? Het verstoppen van een scoop is dat licht bezien een tegenstrijdige actie.

Semantsich gekoppelde data. Om aan t egeven hoe snel het gaat. Linksboven de stand van spetember 2008, rechtsbeneden die van maart 2009.

Semantisch gekoppelde data. Om aan t egeven hoe snel het gaat. Linksboven de stand van spetember 2008, rechtsbeneden die van maart 2009.

Meer weten?

Web 3.0 – a hype or a vision

Reblog this post [with Zemanta]
Bex*online strategie posts
Twitter
YouTube
Flickr
  • IMG_0720
  • IMG_0718
  • IMG_0719
Delicious